Uitbreiding van Peugeot

Peugeot breidde tijdens de jaren ’20 voortdurend uit. In 1927 nam Peugeot de fabrieken van het zieltogende Bellanger en De Dion Bouton over. In 1928 bracht Peugeot nieuwe modellen uit, als eerste het Type 183 van 1991 cc, dat eind 1930 in mechanisch opzicht een vernieuwing onderging. In dat jaar maakte het type 183 als drie zits cabrioletcoupé zijn opwachting op de Olympia Motor Show. Met een ander nieuw model verscheen Peugeot op de Autosalon van Parijs van 1929, het Type 20l Waarschijnlijk was dat de goedkoopste vierpersoonsauto op de Franse markt. Tevens was het de eerste Peugeot met het cijfer nul in de typeaanduiding. De wagen had een 1122 cc motor en omgekeerde kwart elliptische bladveren, die men gewoonlijk alleen aantrof bij Bugatti. Helemaal toevallig was dat overigens niet, want Bugatti verkeerde weer in Peugeot kringen. In 1930 produceerde hij zijn Type 48, een geblazen motor van 995 cc met een bovenliggende nokkenas, die in feite de halve motor uit het Type 35 was. Deze motor werd aan Peugeot geleverd voor het Type 201 X, een nieuwe sportauto waarmee André Boillot in 1931 het 24 uurs record in de 1500 cc klasse veroverde. In 1932 kwam hij echter bij het testen van een 201 X om het leven, waarna Peugeot het model liet vallen. Er waren er nog maar een paar van gebouwd. Ook interesse in een Peugeot dakdrager kijk dan eens op autotravelshop.nl

Eind 1931 werd de naam ‘Lion-Peugeot’ weer uit de kast gehaald voor een nieuwe uitvoering van het Type 201. Dat type was uitgevoerd met onafhankelijke voorwielophanging door middel van een dwars geplaatste veer en lange reactie-armen in de plaats van de traditionele starre as. De 201 met oude wielophanging bleef overigens ook verkrijgbaar. Op de Autosalon van Parijs van 1933 toonde Peugeot de modellen 201 en de 301. Een nieuwtje op de 301 (in feite een zescilinder uitvoering van de 201) was een verticaal bewegende ruit, die door middel van een klein wieltje met de hand kon worden bediend. ‘De ruit verdwijnt in het dak, waar er helemaal geen ruimte voor lijkt te zijn; men ontkomt niet aan de indruk, dat het glas zich moet buigen’, zo schreef het Britse autoblad ‘The Motor’ destijds.

Peugeot oldtimers

Hoewel deze modellen uiterlijk even fraai waren als andere auto’s uit die tijd, leek het de volgende herfst wel of iemand een ‘airflow-aanval’ had gekregen, gezien de stroomlijn van het nieuwe Type 402. De carrosserie was zo breed, dat het chassis vergroot moest worden om voldoende draagvlak te bieden. Voorin konden drie man naast elkaar zitten. Peugeot plaatste de koplampen en de accu’s tussen de hellende gril en de radiateur. De motor was voorzien van kopkleppen. Als transmissie kon voor een elektrisch bediende planetaire Cotal versnellingsbak worden gekozen, nagenoeg een automaat. Deze was voorzien van de Fleischel centrifugaal koppeling met vacuümmembraan. AI naar gelang het toerental en de belasting van de motor, werd door deze ‘koppeling’ bediend door een schakelaar die automatisch de juiste overbrenging van de Cotal versnellingsbak in werking stelde. Dit systeem hield Peugeot overigens niet lang in productie, want vanaf de volgende herfst (1935) was alleen nog maar de standaard Cotal versnellingsbak verkrijgbaar. Op Marktplaats staan veel Peugeot oldtimers te koop

De oorlogsdreiging in 1938 was er de oorzaak van, dat de Autosalon van Parijs een week werd uitgesteld. Veel mensen uit de organisatie werden namelijk tijdelijk gemobiliseerd. Toen de deuren eenmaal opengingen, werden de nieuwe Peugeot modellen een grote attractie. De nadelige effecten van een hoog opgeschroefde belasting op het brandstofverbruik werden zichtbaar in een nieuwe generatie Franse auto’s, die waren voorzien van grote carrosserieën met ondermaatse motoren. De grootste van de Peugeots uit 1939, bijvoorbeeld een 402 die een vernieuwing had ondergaan, was veel te zwaar voor zijn 2140 cc grote viercilinder motor. De zescilinder motor was overigens al na drie jaar uit productie gegaan. Zowel de nieuwe 2,1 liter-motor als de 1,1 liter motor werd door Peugeot voorzien van natte cilindervoeringen. Alle modellen hadden onafhankelijke voorwielophanging. De radiateur grilles van de modellen uit 1939 stonden nog schuiner dan voorheen. De carrosserie, met zijn duidelijk stroomlijn, maakte nog meer een overdreven indruk. De meest opvallende Peugeot was het nieuwe zuinige Type 202. In Engeland kostte dat maar 225 pond. In 1939 werden er maar liefst 52.796 van verkocht. Daarmee klom Peugeot op naar de tweede plaats onder de Franse automobielfabrikanten, achter Citroën.