Audi 100, de doorbraak

In 1968 introduceerde Audi een nieuwe, grote wagen die de simpele aanduiding 100 meekreeg. Het was de eerste van een serie modellen die tot de dag van vandaag een belangrijke plaats inneemt in de klasse van ruime, comfortabele reiswagens.

De eerste 100 was leverbaar met viercilindermotoren van 80, 90 en 100 pk. In 1973 werd de 100 in een vernieuwde uitvoering op de markt gebracht. Het was een ruime limousine met voorwielaandrijving, uitgerust met een 1,9 litermotor. Die viercilinderkrachtbron vertoonde verschillende Mercedes-kenmerken, zoals de vorm van de verbrandingskamers. De motor was goed voor 112 pk. Een jaar later verraste Audi de autowereld met een coupé-uitvoering van de 100, de 100 Coupé S. Het was een voor die tijd fraai en tamelijk tijdloos ontwerp, waarin wel iets te ontdekken was van de vormgeving van de Aston Martin. Hoewel de wagen in allerlei opzichten uitstekende prestaties leverde, werd het model nooit een groot succes. Wil je voor jouw auto dakdragers kopen kijk dan op autotravelshop.nl/dakdragers. Audi had toen ook nog niet het sportieve imago dat in de loop van de jaren ’80 zou worden opgebouwd.

Eigen koers

In augustus 1976 presenteerde Audi een drastisch vernieuwde versie van de 100-sedan. Met die nieuwe 100 maakte de fabriek uit Ingolstadt duidelijk, dat ze een eigen koers wilde varen. Binnen het VW-concern waren afspraken gemaakt over de samenwerking tussen VW en Audi, maar vooral ook over de verdeling van de markt. De nieuwe 100 onderstreepte Audi’s wens, zich bij de exclusievere merken te voegen. De wagen had een stijlvol gelijnde, ruim bemeten carrosserie. Onder de lange motorkap bevond zich een kleine sensatie: de fonkelnieuwe vijfcilindermotor. Dit nogal zeldzame motorconcept werd door Audi gekozen omdat men meende de kracht en de soepele loop van een zescilinder te kunnen combineren met de zuinigheid van een viercilinder. In de 100 uit 1976 was de nieuwe vijfcilinder verkrijgbaar in 2,2 liter-uitvoering, met een vermogen van 136 pk. De consument kon ook uit een 1,6 liter- en een 2,0 literviercilinder kiezen, goed voor respectievelijk 85 pk en 115 pk. Audi richtte zich vanaf deze periode extra sterk op het benadrukken van de technische superioriteit van zijn producten. De slagzin ‘Voorsprong door Techniek’ werd door de vijfcilinder goed geïllustreerd. Een nog fraaier bewijs voor de juistheid van de slagzin moest een Audi 100 worden met een Wankelmotor die 170 pk leverde. Maar het aanvankelijke optimisme over het Wankel-concept verdween in het midden van de jaren ’70, vooral vanwege problemen met de afdichting van de rotor. In feite is alleen het Japanse merk Mazda na die periode doorgegaan met het ontwikkelen en bouwen van rotatiemotoren voor gebruik in personenwagens.
Audi staakte in 1977 het ontwikkelingswerk aan het Wankel-project. In datzelfde jaar kon het bedrijf de productie van de miljoenste Audi 100 vieren. De jubileum-Audi 100 liep op 22 september 1977 van de band. In 1978 werd de 100-serie uitgebreid met een vijfdeurs fastbackversie, de 100 Avant. Datzelfde jaar introduceerde Audi ook een vijfcilinderdieselmotor van 2 liter. Op deze site kun je veel informatie over motoren en dergelijke vinden.

Sensationeel model

In september 1982, 14 jaar na het verschijnen van de eerste Audi 100, kon de fabriek weer een nieuweling voorstellen. Dat model was een sensatie: een grote, vijf-persoon limousine met een sterk gestroomlijnde carrosserie, goed voor een luchtweerstand van maar 0,30 Cw. De nieuwe Audi 100 werd door pers en publiek hogelijk gewaardeerd. Van de internationale autopers kreeg het model de begeerde titel Auto van het Jaar.

De nieuwe Audi 100 was in veel opzichten een grensverleggende auto. Voor het eerst werden windtunneltests consequent benut om een serieauto te bouwen die werkelijk sneller, stiller en zuiniger was. Het ontwerp was met uitgebreid gebruik van computers gerealiseerd en voor de productie was een volledig nieuwe, sterk gerobotiseerde productielijn ontwikkeld.

In de loop der jaren werd de nieuwe Audi 100 op details verder verbeterd. Tevens werd een grotere, luxueuze versie met turbomotor onder de aanduiding 200 geproduceerd. Ook de hatchback uitvoering met de naam Avant werd aan de modellenreeks toegevoegd. In 1988 was de Audi 100 leverbaar met verschillende motoren: een 1 ,8Iiter-viercilinder (88 pk) met katalysator, een 2,0 liter-vijfcilinder met injectie en katalysator (115 pk), een 2.0 liter-vijfcilinderdiesel (70 pk), een 2,3Iiter-vijfcilinder met injectie (136 pk) en een 2,2 liter-vijfcilinder met injectie en turbocompressor (165 pk). De Audi 200 werd in 1 988 leverbaar met een nieuwe vijfcilindermotor (2226 cc inhoud en een vermogen van 200 pk). De Audi 100- en 200- modellen sinds zijn 1986 voorzien van een volledig verzinkte carrosserie.

De nieuwe audi 100 was een populaire auto

audi-100 motor
De nieuwe Audi 100 is leverbaar met verschillende motoren van een 1,Bliter-viercilinder tot de uiterst krachtige 2,2/litervijfcilinder met Turbocompressor.

Audi Quattro

Automobielontwerper Ferdinand Piech van Audi voorspelde, dat een vierwielaandrijving net zo gewoon zou worden als remmen op vier wielen. Zijn Quattro is toonaangevend op dat gebied.

In maart 1980 onthulde Audi haar visie op een coupé met vierwielaandrijving. In Genève werd het nieuwe model in tweedeurs uitvoering aan de pers en het publiek getoond. Dit model zou als basis dienen voor de veelvuldige winnaar van de wereldkampioenschap rally’s voor merken in de jaren ’80. Het is veelzeggend dat met de Ouattro de vierwielaandrijving in een heel ander daglicht kwam te staan. Veel autofabrikanten volgden het voorbeeld van de Ouattro (hoewel ze naar verschillende technische oplossingen zochten) en er verschenen meer wagens met vierwielaandrijving op de markt.

VIERWIELAANDRIJVING

Audi had goed bestudeerd wat er op dit terrein aan onderzoek was gedaan en maakte als eerste gebruik van militaire kennis en deskundigheid op het gebied van de vierwielaandrijving. Dat scheelde enorm veel tijd en geld. Eigenlijk diende het toepassen van vierwielaandrijving twee doelen: het inhalen van de achterstand op de nieuwe generatie turbomotoren en het zo publiekelijk mogelijk aantonen dat snelheid en veiligheid samen kunnen gaan. Om dat te verwezenlijken koos men het wereldkampioenschap rally’s voor merken als decor. Toch was Audi niet de eerste die een coupé met vierwielaandrijving bouwde. In Engeland had Jensen al een profetische stem laten horen. Tussen 1966 en 1970 maakte hij 318 Ferguson Formule Interceptor V8-coupé’s – geweldige machines die alleen door hun enorm hoge prijzen geen echte invloed uitoefenden op de automarkt.

In de jaren ’70 was het de taak van een van Audi’s belangrijkste ontwerpers, Jorg Bensinger, journalisten de voor -en nadelen van de verschillende aandrijfsystemen te tonen. Hij maakte een kaart waarop hij alle sterke en zwakke punten vergeleek. Zo zette hij systemen als Audi’s voorwielaandrijving, motor en versnellingsbak naast de Porsche 911 met zijn achterin geplaatste motor. Ook betrok hij er conventionele wagens bij (met de motor voorin en een achterwielaandrijving met starre as), zoals bij de Ford Escort. Een auto kledinghanger is handig als je een colbertje wilt ophangen.

Deze kaart toonde aan dat, als het erop aankwam 200 pk over te brengen op de wielen, tweewiel-aandrijfsystemen ernstig verlies opleverden. De voormalige Porsche-, BMW- en Mercedeswerknemer Bensinger zette de grootste problemen bij zulke wagens op een rijtje: de armzalige trekkracht bij vol vermogen, het steeds aanwezige gevaar van slippen bij slecht weer, een onvoorspelbaar bochtengedrag als het gas in de bocht werd teruggenomen en snelle slijtage van de banden. Vierwielaandrijving was het voor de hand liggende theoretische antwoord. Maar toen Bensinger daarop aandrong, leek Audi niet te beschikken over de nodige financiële middelen voor een dergelijke radicale verandering. In de jaren ’70 ging het Audi, na overname door Volkswagen, echter voor de wind. De voornaamste ingrediënten voor wat later de Quattro zou worden, manifesteerden zich. Zo was er bijvoorbeeld de unieke vijfcilinderlijnmotor. Die sterke machine met zijn gesmede krukas, gietijzeren blok, aluminium cilinderkop en enkele nokkenas, werd eerst in de Audi 100-sedan van 1976 geplaatst. Dat was een model met voorwielaandrijving waarvan de motor ver voor de vooras was gemonteerd. Op dat stramien borduurde Audi voort.