Nissan

Ook interesse om eens te weten hoe Nissan is ontstaan tot een van de grootste merken die rond rijden op de weg. In dit deel word vooral het ontstaan en de weg naar Europese landen besproken.

Ontstaan van Nissan

In 1912 bouwden drie partners in de Kwaishinsha Motor Car Works uit Tokio – Den, Aoyama en Takeuchi – een experimentele auto.
Twee jaar later volgde een tweede auto, die naar de initialen van de drie de naam DAT kreeg.
Het Model 31 kwam in 1915 in de verkoop en een jaar later de 41.
In 1926 gingen Den, Aoyama en Takeuchi samen met Lila-automobielen in Osaka en verlieten ze Tokio.
Tot 1931 werden vrachtwagens geproduceerd.
Daarna werd de draad weer opgepakt met de Datson (Zoon van Dat).
In het Japans betekent ‘son’ echter ook ‘verlies’, zodat men de naam wijzigde in Datsun.
Het merk kon daardoor ook voor de auto-badge gebruik maken van het Japanse nationale symbool: de rijzende zon.

Verhuizen

De firma: die toen de Jidosha Seizo Kabushiki Kaisha heette, verhuisde in 1933 naar Yokohama.
Een jaar later begon het bedrijf daar onder de nieuwe naam ‘Nissan Jikosha Kaisha’ met de productie van een kleine auto, naar het idee van de Austin Seven.
Een overeenkomst om Model C Fordste bouwen liep op niets uit.
Wel verscheen Nissan in 1937 met grote auto’s die waren gebaseerd op de Amerikaanse Graham.
Een jaar later verdween ook dit model weer naar de achtergrond.
Nissan richtte zich toen hoofdzakelijk op vrachtauto’s, in verband met de naderende Tweede Wereldoorlog (1940-1945).

nt400 cabstar overview truck lhd.jpg.ximg .s 12 h.smart  300x169 -

 

Nissan naar de tweede wereldoorlog

Na de Tweede Wereldoorlog kwam in 1947 de productie van personenauto’s bij Nissan weer op gang, met modellen die waren gebaseerd op de toenmalige Austins.
In 1955 kreeg Nissan van de Amerikaanse ‘bezetter’ het volledige beheer over zijn fabrieken terug.
De Datsun 110 en de daarvan afgeleide pick-up, de Datsun 120, liepen al spoedig in grote aantallen van de band.
Drie jaar later begon Nissan aan zijn sprong naar de Amerikaanse markt met de introductie van de nieuwe Bluebird.
De Bluebird moest de basis voor de export gaan leggen.
In 1961 was Nissan Japans auto-exporteur nummer één.
Vooralsnog maakte de Europese auto-industrie zich weinig zorgen.
In 1962 verlieten al meer dan 100.000 Nissans Japan.
In 1964 echter werden zelfs al 10.000 Bluebirds per maand gebouwd.
Nissan breidde zijn productiemogelijkheden flink uit met nieuwe vestigingen in Oppama en Zama.

Fusie

Na een fusie met Prince Motors nam Nissan in 1966 Murayama over.
Dat maakte het bedrijf tot Japans grootste autoproducent, totdat korte tijd later Toyota die positie overnam.
Nissan had inmiddels in Europa een stevige voet aan de grond gekregen.
De export naar Nederland en België begon in 1966 met de introductie van de Sunny. Deze auto is zeer geschikt op Europese wegen voor Dakkoffers en dakdrager van merken onder andere Atera, Thule en Hapro. De Britse markt werd in 1968 met de toen nieuwe 1800 Laurel voor het eerst betreden.

 

Voor deel 2 van Nissan geschiedenis klik hier: Deel 2

Bron:

Wikipedia Nissan

 

Leave a Reply

Your email address will not be published.